Meten van spanningsverlies bij NEN 1010 oplevering en inspectie

spanningsverlies-meten-in-elektrische-installaties

Spanningsverlies in elektrische installaties

Spanningsverlies meten, hoe doe je dat? De grens volgens NEN 1010 is 5% maar wat houdt dit in?

Volgens rubriek 525 van de NEN 1010 mag het spanningsverlies spanningsverlies tussen het begin van een installatie en de aansluitpunten bij normaal bedrijf niet meer dan 5 % van de nominale spanning bedragen. In de informatieve Bijlage 52.G van de NEN 1010:2015 wordt aanbevolen om het verlies bij verlichtingsinstallaties te beperken tot 3%.

Dat betekent dus bij een grenswaarde van 5% een maximaal spanningsverlies van maximaal 11,5 Volt bij 230 Volt. Als de spanning bij de voeding 230 V is mag de laagste spanning in de installatie dus 218,5 Volt zijn.

Maar hoe meet je dat? Tijdens een inspectie overal de spanning meten? Stel je voor dat de inspectie in het weekend plaats vind. Er loopt nagenoeg geen belastingstroom door de installatie en daardoor is de spanning dus overal nagenoeg gelijk. Pas als machines in bedrijf zijn zal er stroom door de leidingen lopen en door de impedantie van de leidingen is er sprake van spanningsverlies.

Vandaar dus ook de opmerking bij normaal bedrijf. En dat maakt de meting zo op het eerste gezicht lastig uitvoerbaar. Verzoeken om bij oplevering of periodieke inspectie van een installaties alle elektrische verbruikers en machines in te schakelen is niet realistisch. Vaak zijn bijvoorbeeld bij oplevering van de installatie nog niet alle machines geplaatst.

Een van de in 61.3 van de NEN 1010 omschreven metingen en beproevingen is de meting van het spanningsverlies. In bepaling 61.3.11 worden twee opties omschreven:

  • Spanningsverlies bepalen door meting van de impedantie van de stroomketen
  • Bepaling van het spanningsverlies aan de hand van grafieken in bijlage 61.D van de NEN 1010

Voor de tweede methode is het nodig om kabellengte, belastingsstroom en doorsnede te kennen. De methode via meting van de impedantie van de stroomketen is wellicht meer realistisch.

Controleren van spanningsverlies met Metrel installatietesters

De Metrel Eurotest installatietesters hebben een functie voor het controleren op spanningsverlies. Dit geldt voor de Eurotest EASI, Eurotest EASI S, Eurotest XE en Eurotest XC.

In de onderstaande voorbeelden wordt de meting van spanningsverlies met de Metrel Eurotest XC uitgewerkt.

Het spanningsverlies is een sub functie in de meting van de circuitimpedantie Zi. Dit is de impedantie tussen Fase en Nul (L-N), of tussen fasen onderling (L-L).

De meting van het spanningsverlies bestaat uit twee stappen.

  1. Stap 1: Impedantie van binnenkomende voeding meten

    In de eerste stap wordt de impedantie aan de binnenkomende voeding gemeten. Door op de ‘Cal’ toets van de Metrel installatietesters te drukken wordt deze waarde opgeslagen als referentiewaarde Zref.

  2. Stap 2: Vergelijken met Zref referentie

    Door vervolgens in de installatie te meten wordt de gemeten impedantie steeds vergeleken met de referentie Zref. Op basis van de ingestelde zekeringswaarde wordt het spanningsverlies berekend. In onderstaande afbeelding is de ingestelde waarde 16 ampère en het maximale spanningsverlies 3%.

Tijdens deze meting worden dus twee aspecten beoordeeld: de impedantie Zi én tegelijkertijd het spanningsverlies.

PV installaties (zonnepanelen)

Voor PV installaties wordt aanbevolen om het spanningsverlies te beperken tot 1%. Dit om het maximale rendement uit de PV installatie te halen. Spanningsverlies betekend immers ook verlies van vermogen, de leidingen worden warm en de kWh meter draait bij wijze van spreken minder hard terug.

Argument hierbij is de gelijktijdigheid. De PV installatie zal gedurende een groot deel van de dag continu vermogen transporteren via de leidingen. Daarom is investeren in iets dikkere leidingen lonend. Dat geldt overigens niet alleen voor PV installaties, ook voor andere delen van installaties met een continu verbruik kan een grotere doorsnede lonend zijn.

Ander argument voor PV installaties is het effect van de spanningsopdrijving (populair gezegd omgekeerd spanningsverlies). De omvormer moet uitschakelen bij een te hoge netspanning, minder spanningsval over de voedingsleiding kan dit voorkomen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *