Aarding en potentiaalvereffening

Regelmatig krijgen we vragen over aarding en vereffening. De meest gestelde vragen vind je op deze pagina.

Staat jouw vraag er niet tussen en ben je installateur? Neem dan contact op.

Ga direct naar


Algemene vragen over aarding en vereffening


Aarding en vereffening in natte ruimtes


Medische aarding


Aarding en EMC


Overspanning en aarding



In-article opt-in form - Bevestiging/aarding

Mis niets over aarding en bevestiging. Schrijf je in voor onze e-mails.

Wat is het verschil tussen aarden en potentiaalvereffening?

Bij aarding gaat het om metalen gestellen van elektrische toestellen – alles met een stekker dus. Bij vereffening gaat het om vreemd geleidende delen: vaak metalen voorwerpen die geen onderdeel zijn van de elektrische installatie, maar die wel een spanning kunnen krijgen door een fout elders in de installatie. Zowel aarding als vereffening hebben dus hetzelfde doel: het voorkomen van een elektrische schok.

Aarding zorgt ervoor dat foutstromen direct worden afgevoerd naar de aarde, bijvoorbeeld als er een defect optreedt. Potentiaalvereffening zorgt er juist voor dat alle metalen voorwerpen hetzelfde elektrische potentiaal krijgen, zodat er geen spanningsverschil is tussen die voorwerpen. Als je dat goed doet, dan gaat de spanning in feite naar nul toe. Als er geen spanning is, zijn er ook geen stromen. Daardoor gaan apparaten niet kapot en worden je zenuwen niet beschadigd. Hierdoor kun je veilig verschillende metalen tegelijk aanraken zonder risico op een schok. Potentiaalvereffening wordt op de werkvloer soms “aarden” genoemd, maar dat is niet juist. De vereffeningsleiding voert namelijk geen foutstroom af, maar verbindt alleen de metalen delen met elkaar.


Waarom is potentiaalvereffening belangrijk in de badkamer?

Water is een goede geleider. In de badkamer gebruik je vaak water en raak je metalen onderdelen aan, zoals kranen en leidingen. Normaal is dat veilig, maar als er een fout in de elektrische installatie zit, kan één of meerdere van die metalen (vreemd geleidende) delen onder spanning komen te staan. Als je dan tegelijk een ander vreemd geleidend deel aanraakt, kun je bij een spanningsverschil een schok krijgen. Door potentiaalvereffening zorg je dat deze delen hetzelfde potentiaal krijgen en voorkom je het risico op een schok. De NEN 1010 stelt daarom aanvullende eisen aan natte ruimtes om dit te voorkomen. 


Welke doorsnede moet een vereffeningsleiding hebben?

Een vereffeningsleiding moet een doorsnede van minimaal 4 mm² hebben. Alleen als de vereffeningsleiding in een leiding (dus niet los) is aangebracht, mag deze 2,5 mm² zijn.


Welke eisen stelt NEN 1010 aan de aarding in de woningbouw?

De NEN 1010 schrijft voor dat alle metalen delen die een elektrisch risico kunnen vormen goed geaard moeten worden. Dit betekent dat beschermingsleidingen en aardingsvoorzieningen (zoals de aardpen of aardelektrode) op de juiste manier moeten zijn aangebracht en aangesloten.


Hoe dik moet een aardelektrode zijn volgens de NEN 1010?

Vanwege de relatief zachte bodem kunnen we in Nederland aardelektrodes of aardpennen relatief gemakkelijk in de grond slaan. In landen met een meer rotsachtige grond is dit wat uitdagender en kiest men soms voor bijvoorbeeld een profiel, een plaat of een draad in een horizontale sleuf.

De NEN 1010 noemt de aardpen een ‘verticaal aangebrachte ronde staaf’. Hiervoor geeft de NEN 1010 ook de minimale doorsneden aan (NEN 1010:2020 Tabel 54.1). Het meest toegepast zijn koperen elektroden of elektroden van verzinkt staal. Voor massief koperen aardelektroden geldt een diameter van 15 mm (bescherming tegen bliksembeveiliging en elektrische schok). Als de koperen aardelektrode alleen maar hoeft te beschermen tegen elektrische schok geldt een diameter van 12 mm.

Voor elektroden van verzinkt staal (thermisch gedompeld) geldt een diameter van 16 mm met een deklaag van 350 g/m² (45 µm). Daarbij is wel vereist dat de deklaag egaal en ononderbroken moet zijn zonder vlekken van vloeimiddelen.

Aardpennen worden over het algemeen ‘geslagen’ met behulp van een geschikte ‘sloophamer’ of ook wel ‘kango’ genoemd. Een sloophamer met SDS-max combineer je eenvoudig met de TIP aardelektrodehouder.


Hoe moet je grondkabels aanleggen en beveiligen volgens NEN 1010?

Kabels in de grond moeten minimaal 50 cm diep liggen. Ook moeten grondkabels voorzien zijn van een aardscherm, dat wordt gekoppeld aan de aarde van de installatie. Volgens NEN 1010:2020 (bepaling 522.8.10) is óf voldoende diepte, óf een aardscherm verplicht. Goed vakmanschap is het als je beide toepast.


Hoe moeten metalen delen volgens NEN 1010 worden verbonden voor centrale aarding?

Volgens NEN 1010 moeten metalen delen in de installatie via beschermingsleidingen worden verbonden met de hoofdaardrail bij de groepenkast. Zo is centrale aarding gegarandeerd en worden foutstromen veilig afgevoerd.


Moet je de aarding van bestaande elektrische installaties aanpassen aan de nieuwste NEN 1010-normen?

Volgens de NEN 1010 moeten elektrische installaties voldoen aan de normen die golden op het moment van aanleg of de laatste grote aanpassing. Bij twijfel is het echter sterk aan te raden om bestaande installaties te (laten) beoordelen en waar nodig te moderniseren naar de meest recente norm, bijvoorbeeld door de aarding bij te werken. Zo verhoog je de veiligheid, ook als dit niet strikt verplicht is volgens de norm.

In-article opt-in form - Bevestiging/aarding

Mis niets over aarding en bevestiging. Schrijf je in voor onze e-mails.


Wat is vermaasde potentiaalvereffening volgens de NEN 1010, en waarom is dit belangrijk?

In 2015 is de NEN 1010-norm aangepast met nieuwe bepalingen voor aarding en potentiaalvereffening, vooral relevant voor gebouwen met veel elektronica, zoals kabelnetwerken en regelsystemen. Vóór 2015 was het gebruikelijk om een stervormige aardingsstructuur aan te leggen: de bekende geelgroene aarddraden liepen vanuit de voeding naar de verschillende punten in de installatie, zonder dat deze draden weer bij elkaar kwamen. Generaties installateurs leerden dat je géén aardlussen mocht maken, omdat men dacht dat lussen juist problemen gaven.

De norm uit 2015 stelt nu juist het tegenovergestelde:
“Je moet in een elektrotechnische installatie, met name in gebouwen waar veel elektronica wordt gebruikt, zoals kabelnetwerken en regelsystemen, voortaan een vermaasde potentiaalvereffening of aardinginstallatie aanleggen.”

Dit betekent dat aarddraden nu op verschillende punten, bijvoorbeeld tussen verdeelkasten, wél met elkaar verbonden moeten worden, zodat lussen ontstaan. De reden is dat een open lus aan de uiteinden verschillende spanningen kan hebben, wat tot storingen en schade kan leiden. Door de lus te sluiten (vermaasd te maken), zijn er binnen de lus geen spanningsverschillen meer mogelijk.

Alle metalen delen die met elektrotechniek te maken hebben worden zo met elkaar verbonden. Het bekende geelgroene aarddraad zorgt er dan voor dat spanningsverschillen verdwijnen. Dit voorkomt ongewenste stromen, schades en storingen, en verhoogt de betrouwbaarheid van installaties in gebouwen met veel gevoelige elektronica.


Aarding en vereffening in natte ruimtes

Welke metalen delen moeten in een badkamer vereffend worden?

Alle metalen delen die in aanraking kunnen komen met vocht en die vanuit de installatie of bouw in de ruimte aanwezig zijn, moeten worden vereffend. Denk aan metalen leidingen, kranen, metalen frames, stalen steunen en bijvoorbeeld badkuipen van metaal. Bij twijfel altijd vereffenen.


Hoe voer je de vereffening uit in de praktijk?

Met blanke vereffeningsleidingen en klemverbindingen. Deze worden verbonden met het centrale aardpunt (CAP). Gebruik altijd materialen die voldoen aan de eisen gesteld in de NEN 1010. JMV biedt bijvoorbeeld producten die hiervoor geschikt zijn.


Is het verplicht om een potentiaalvereffeningsrail of CAP te gebruiken?

Ja, het is verplicht om een potentiaalvereffeningsrail of centraal aardpunt te gebruiken waarop alle vereffeningsleidingen samenkomen.


Waar moet je het centrale aardpunt (CAP) plaatsen?

Het centrale aardpunt moet bereikbaar zijn, bijvoorbeeld in een muurdoos met een afneembaar deksel, vaak onder de wastafel of op een andere plek uit het zicht. Hierop worden alle vereffeningsleidingen aangesloten.


Waar vind ik meer praktische informatie?

De NEN 1010 is de norm, maar voor praktische uitleg en voorbeelden is de NPR 5310 een goede aanvulling. Hierin staan praktijkvoorbeelden en extra uitleg over natte ruimtes.


Moeten aardklemmen zichtbaar of bereikbaar zijn?

Plaats aardklemmen zo dat ze bereikbaar en controleerbaar zijn, bijvoorbeeld door ze achter een afneembaar deksel te monteren.


Medische aarding

Wat is het verschil tussen aarding in een woning en aarding in een medische ruimte?

In een woning zorgt aarding vooral voor veiligheid bij defecte apparaten, maar in een medische ruimte is het doel om risico’s voor patiënten te minimaliseren. In operatiekamers zijn de eisen strenger vanwege de kwetsbaarheid van patiënten en het gebruik van medische apparatuur. Patiënten gebruiken vaak medicijnen, zoals bloedverdunners of pijnstillers. Hierdoor verandert de samenstelling en geleidbaarheid van het bloed en worden je reflexen minder. Bij een elektrische fout tijdens een behandeling reageert het lichaam daardoor niet meer zoals normaal. Daarom zijn strengere eisen nodig in medische ruimtes.


Hoe worden medische ruimtes geclassificeerd en wat betekent dit voor de aarding?

Medische ruimtes zijn onderverdeeld in groep 0 (geen medisch elektrisch contact), groep 1 (enkele netgevoede medische apparaten) en groep 2 (operatiekamers, intensief gebruik van medische apparatuur). Hoe hoger de groep, hoe strenger de eisen aan aarding en continuïteit van de elektriciteit. De medicus geeft aan hoe de ruimte gebruikt gaat worden en stelt functionele eisen op. Ook geeft hij aan welke classificatie de ruimte krijgt. 


Hoe vaak moeten medische ruimtes worden geïnspecteerd op aarding?

Medische ruimtes zoals operatiekamers moeten jaarlijks en na elke verandering geïnspecteerd worden op aarding en verbindingen, vanwege de impact van o.a. zuurstof op corrosie van materialen.


Wat is de rol van EMC en continuïteit in medische ruimtes?

In medische ruimtes is het essentieel dat systemen functioneren, zelfs bij stroomstoringen of blikseminslag. EMC-maatregelen, back-up systemen en bijvoorbeeld scheidingstransformatoren zijn nodig om storingen te voorkomen en de veiligheid te waarborgen.


In-article opt-in form - Bevestiging/aarding

Mis niets over aarding en bevestiging. Schrijf je in voor onze e-mails.

Waarom is potentiaalvereffening zo belangrijk in medische ruimtes (groep 2)?

Potentiaalvereffening in medische ruimtes groep 2 is belangrijk omdat de continuïteit van de behandeling daar cruciaal is. In tegenstelling tot groep 1 wordt bij groep 2 de voeding niet automatisch uitgeschakeld bij een fout, omdat dat levensgevaarlijk kan zijn als meerdere medische apparaten op een patiënt zijn aangesloten.

Door alle geleidende delen in de ruimte op hetzelfde potentiaal te brengen, voorkom je gevaarlijke spanningsverschillen die bij een storing een schok of storing in apparatuur kunnen veroorzaken. Dit zorgt ervoor dat:

  • Patiëntveiligheid gewaarborgd blijft zonder onderbreking van de medische apparatuur.
  • Continuïteit van de behandeling behouden blijft, ook bij elektrische storingen.
  • Risico op lek- of aanraakspanning tot een minimum wordt beperkt, omdat er geen grote potentiaalverschillen ontstaan.

Kort gezegd: in groep 2 is potentiaalvereffening geen aanvulling op uitschakeling, maar dé primaire veiligheidsmaatregel om patiënten te beschermen en de medische apparatuur operationeel te houden.


Waarom zijn extra vereffeningspunten in medische ruimtes verplicht?

In medische ruimtes moet elk apparaat niet alleen geaard zijn via de stekker, maar ook via een extra vereffeningspunt om de veiligheid te waarborgen bij gebruik van metalen behuizingen of bij kwetsbare patiënten.


Aarding en EMC

Wat betekent EMC en waarom is het relevant?

EMC (Elektromagnetische compatibiliteit) is de eigenschap van elektronische apparatuur en machines om storingsvrij te werken in een omgeving met elektromagnetische straling. EMC voorkomt dat een apparaat storing veroorzaakt of ervaart. Het is essentieel om te voorkomen dat apparatuur zoals communicatiesystemen, vermogenselektronica en meet- en regelsystemen elkaar verstoren en onbetrouwbaar functioneren.

Een bekend voorbeeld: je wilt dat de besturing van een auto geen last heeft van de autotelefoon in die auto, en dat de geluidsinstallatie niet gestoord wordt door die telefoon. Bij de eerste autotelefoons hoorde je soms storing in de radio; dat was een gebrek aan EMC.


Moet je afgeschermde kabels aan één of aan beide kanten aarden, en waarom?

Een veelgestelde vraag in de elektrotechniek gaat over wanneer je afgeschermde kabels gebruikt. Die kabels gebruik je bijvoorbeeld bij geluidsinstallaties, computerapparatuur of telefoons. De vraag is vaak: moet je deze afscherming aan één kant of aan beide kanten aarden?

Volgens de huidige normen, en in het bijzonder de EMC-richtlijn, moet je afgeschermde kabels aan twee kanten aarden. Voorheen ontbrak hier duidelijke regelgeving over, maar sinds 2015 is er in de norm (o.a. bepaling 443 / 444) wél duidelijkheid. Daarin staat dat je vermaasde aarding moet gebruiken en als je dat hebt gedaan, moet je de afgeschermde kabel aan twee kanten koppelen. De reden hiervoor is dat de afscherming van zo’n kabel werkt als een kooi van Faraday: die beschermt tegen storingen van buitenaf en voorkomt dat signalen lekken.

Een kooi van Faraday werkt alleen goed als deze volledig gesloten is. Is die aan ergens open, dan is er ruimte om erin en eruit te gaan. Door de afscherming aan beide uiteinden te aarden en speciale metalen EMC-wartels te gebruiken, wordt de kooi van Faraday compleet gesloten tussen twee geaarde kasten. Zo voorkom je elektromagnetische storingen.


Waarom worden bij EMC-installaties vaak metalen kasten gebruikt en geen kunststof kasten?

Bij EMC-installaties worden metalen kasten gebruikt om apparatuur in te plaatsen of installaties te maken, omdat metaal wél een afschermende werking heeft tegen radiogolven en elektromagnetische storingen. Kunststof biedt deze afscherming niet.

Als een installateur weet dat er veel elektronica in een installatie wordt gebruikt, is het dus verstandig om zoveel mogelijk metalen kasten i.c.m. EMC wartels te gebruiken. Die kasten werken namelijk als kleine kooien van Faraday, die storingen van buitenaf én van binnenuit tegenhouden.


Overspanning en aarding


Hoe wordt een installatie beschermd tegen overspanning, bijvoorbeeld door blikseminslag?

Overspanningsafleiders zorgen ervoor dat bij een overspanning, bijvoorbeeld door bliksem, de fase en de nul heel kort met de aarde verbonden worden. Normaal staat er 230 volt op, maar door de overspanningsafleider wordt dat direct teruggebracht naar 0 volt. Het apparaat schakelt dan eigenlijk heel even uit, maar dat duurt maar heel kort, omdat een bliksemontlading zelf ook maar heel kort duurt. Overspanningsafleiders kunnen dat vele malen doen. Overspanning door blikseminslag kennen we allemaal, maar in een installatie kunnen veel meer overspanningen voorkomen. Bijvoorbeeld als je een motor aan- of uitzet. Dan krijg je ook schakelpieken. Dezelfde overspanningsafleiders en potentiaalvereffening zorgen dan voor rust in de spanning in de installatie.


Contact Hemmink

Contact

Heb je vragen of opmerkingen? Neem contact met ons op via onderstaand formulier.