Rookmelders verplicht in bestaande bouw vanaf juli 2022 – achtergrondinformatie

Op 22 februari 2020 heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken een voorgenomen wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) gepubliceerd. De wijzigingen betreffen onder andere een aantal verbeteringen ten behoefte van de brandveiligheid. Zo is bijvoorbeeld aangegeven rookmelders ook te gaan verplichten voor bestaande bouw.

Deze voorgenomen wetswijziging betekent een goede verbetering voor de brandveiligheid in Nederland. Daarnaast heeft het ook een flinke impact op het beleid, de bedrijfsvoering en het budget van bijvoorbeeld de woningcorporaties in Nederland. Hemmink (kennispartner en leverancier van EI Electronics) heeft het voorstel uitgebreid doorgenomen en de belangrijkste conclusies op een rij gezet. Daarbij hebben we de focus gelegd op alle wijzigingen die gerelateerd zijn aan het toepassen van rookmelders. 

Hemmink is al jaren expert op het gebied van brandveiligheid, heeft zitting in de werkgroep herziening van de NEN 2555 en begeleidt al jaren woningcorporaties op het gebied van brandveiligheid van beleid tot en met het leveren van oplossingen.

Belangrijke overweging voor goede brandveiligheid van bewoners

Voordat we ingaan op het voorstel nemen we je graag – vanuit onze jarenlange ervaring – eerst mee in onze visie op het gebied van brandveiligheid. 

De voorgenomen wijziging verplicht de aanwezigheid van rookmelders in bestaande bouw. Er wordt echter een onderscheid gemaakt tussen de invulling bij bestaande bouw en nieuwbouw. Zo mogen in bestaande bouw de melders ook alleen gevoed zijn door een batterij en is koppeling niet een verplichting. Vanuit onze ervaring leveren beide uitgangspunten in potentie het risico van schijnveiligheid op. Zo zal bij een huis van 3 verdiepingen de rookmelder die op zolder afgaat niet goed te horen zijn in de woonkamer beneden, en vice versa. Bovendien moeten de batterijen regelmatig vervangen worden, wat als onhandig kan worden ervaren. Als dit niet of te laat gebeurt werken de melders niet meer. 

Wij pleiten daarom voor het toepassen van de NEN 2555 normering zoals bij de nieuwbouw het geval is, waarbij onderling koppelen draadloos kan worden uitgevoerd. Daarnaast adviseren wij voor een betrouwbare veiligheid het gebruik van melders met een goede vast ingebouwde 10-jaars lithium batterij. Indien deze invulling gekozen wordt voor de bestaande bouw wordt er een echt veiliger situatie in Nederland bereikt. Wij begrijpen dat de genoemde wijzigingen een behoorlijke impact kunnen hebben op je brandveiligheidsbeleid. Hemmink staat je graag bij in het maken van de juiste keuze aangaande de wijzigingen.

Opbouw van het document

We willen je graag op een overzichtelijke manier meenemen in het voorstel en de wijzigingen. Daarom hebben we het document als volgt ingedeeld: 

1.) Korte opsomming van de wijzigingen die behandeld worden. 
2.) Uitgebreide uitwerking van de wijzigingen. 
3.) Links naar aanvullende documenten

Korte opsomming van de wijzigingen

Indien het voorstel op 1 juli 2022 wettelijk van kracht wordt dan zijn dit de belangrijkste wijzigingen: 

  • Aanwezigheid rookmelder op iedere bouwlaag voor bestaande bouw.
  • Rookmelders dienen iedere 10 jaar vervangen te worden.
  • Er dienen vrijloopdrangers te worden toegepast bij woningtoegangsdeuren die alleen dichtvallen indien brand is gedetecteerd. Dit geldt voor nieuwe woongebouwen, en van bij verbouw en transformatie (functiewijziging).
  • De verantwoordelijkheid voor de specifieke zorgplicht voor de bouwwerkinstallatie wordt expliciet toegewezen aan de eigenaar van het bouwwerk.

Gedetailleerde beschrijving van de wijzigingen

In meer detail betekent dit per maatregel het volgende:

  • (wijziging van Artikel 3.117) De aanwezigheid van een rookmelder die voldoet aan EN14604 wordt op iedere bouwlaag (iedere verdieping inclusief de begane grond) in de bestaande bouw verplicht gesteld in woningen.

    De verplichting geldt voor bouwlagen met een verblijfsruimte of met een besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert tussen de uitgang van een verblijfsruimte en de uitgang van de woonfunctie. 
    • Dit betekent in de praktijk dat iedere verdieping van bestaande woningen van een rookmelder voorzien dient te zijn. 
    • Er ontstaat dus een verschil in wetgeving tussen bestaande bouw en nieuwbouw: bij nieuwbouw blijft de wet vrijwel identiek aan het Bouwbesluit 2012: een rookmelder aangesloten op netspanning en voorzien van een back-up batterij.
    • In tegenstelling tot nieuwbouw worden er geen eisen gesteld aan de projectering en doorkoppeling van de rookmelders. 
    • Ook hoeven de rookmelders niet te zijn aangesloten op de elektrische voorzieningen. Volstaan kan worden met rookmelders op batterijen. 
    • Rookmelders die in de handel zijn, moeten zijn voorzien van een CE-markering op basis van de productnorm EN 14604. 
    • Het onderhouden en vervangen van batterijen valt onder de zorgplicht van artikel 2.6 (zie uitleg bij de derde wijziging hieronder).
    • De betreffende rookmelders moeten een levensduur hebben van 10 jaar. Dit betekent dat iedere tien jaar de rookmelder moet worden vervangen.
  • Aan artikel 4.218 wordt een lid toegevoegd, luidende:
    Een toegangsdeur van een woonfunctie is alleen zelfsluitend bij brand in de woonfunctie of het woongebouw waarin de woonfunctie is gelegen.
    • Op verzoek van diverse leden van het overlegplatform bouwregelgeving, waaronder de brandweer, wordt de eis dat woningtoegangsdeuren in nieuwe woongebouwen zelfsluitend moeten zijn aangepast. Verplicht wordt dat zogenaamde vrijloopdrangers worden toegepast. Reguliere deurdrangers zijn belemmerend in het dagelijkse gebruik en worden daardoor in de praktijk vaak onklaar gemaakt door gebruikers.
    • Deze vrijloopdrangers worden alleen geactiveerd bij brand. Er zijn hierbij verschillende mogelijkheden. De vrijloopdranger kan worden geactiveerd door een rookmelder in de woning, door een rookmelder in de gemeenschappelijke verkeersruimten of door een rookmelder die geïntegreerd is in de dranger. Het vierde lid geeft een functionele omschrijving en het is aan een opdrachtgever of bouwer een keuze te maken voor een specifieke oplossing. 
    • Het onderhouden van de dranger en rookmelder valt onder de zorgplicht van artikel 2.6 (zie uitleg hieronder).
  • (Wijziging van Artikel 2.6 (specifieke zorgplicht: bouwwerkinstallatie)
    Waar eerder alleen beschreven werd dat de bouwwerkinstallatie moest voldoen aan leden a., b. en c. wordt dit nu specifiek toegewezen aan de eigenaar:
    • De eigenaar van het bouwwerk of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen aan dat bouwwerk draagt er zorg voor dat een krachtens de wet aanwezige bouwwerkinstallatie:
      • a. functioneert in overeenstemming met de op die installatie van toepassing zijnde regels;
      • b. wordt adequaat beheerd, onderhouden en gecontroleerd; en
      • c. wordt zodanig gebruikt dat geen gevaar voor de gezondheid of de veiligheid ontstaat dan wel voortduurt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *