Op de bouwplaats is niets zo frustrerend als een inspectie die wéér een project vertraagt vanwege iets dat je met een kleine ingreep had kunnen voorkomen. Of als een monteur moet puzzelen met materialen waar ineens niet duidelijk bij staat wat ze mogen, kunnen of moeten. Volgens Sjoerd van Gelder, manager Inspectie bij Omega Energietechniek en normcommissielid NEN 4010, kan het allemaal een stuk slimmer, sneller en vooral veiliger. We spraken Sjoerd over de kracht én valkuilen van samenwerking in de keten, van leverancier tot installateur en inspectiebedrijf.
Faalkosten komen vooral door communicatie, niet door kwade wil
Dat er veel misgaat is geen geheim. Toen Sjoerd intern vroeg om wat foto’s van foutieve aarding en vereffening, werd de groepsapp van zijn inspectieteam binnen een dag overspoeld met zo’n 80 praktijkbeelden. “Er is niet alleen veel onduidelijkheid over wat aarding en vereffening precies zijn, maar ook over de juiste toepassing van materialen. Dat begint bij basiskennis, maar óók bij het hebben van de juiste, direct toegankelijke informatie.”
Volgens Sjoerd loopt het vooral vaak mis bij de overdracht van informatie tussen de partijen in de keten. “Als monteur krijg je soms een doosje materialen mee en moet je het maar uitzoeken. Maar ook de leverancier, projectleider en inspecteur hebben allemaal hun deel om de informatiestroom kloppend te houden. Het is vooral zaak dat de juiste info op het juiste moment bij de juiste persoon terechtkomt.”
Praktisch advies: ‘Maak productinformatie laagdrempelig én praktijkgericht’
Wat werkt wel? “Zorg dat monteurs eenvoudig kunnen zien wat ze waar en hoe moeten gebruiken. Een QR-code op de verpakking die direct naar een korte tutorial leidt, is vaak effectiever dan een handleiding van twintig pagina’s,” vertelt Sjoerd. Belangrijker nog: geef vooral aan wat niet kan met het product. Zo voorkom je dat een binnenblokje buiten wordt toegepast en al na een jaar staat te roesten, of dat kabelschoenen verkeerd worden gebruikt met mogelijk ernstige gevolgen.
Toch constateert Sjoerd dat fouten meestal niet ontstaan door kwade opzet, maar simpelweg door tijdsdruk, onduidelijkheid en soms ontbrekende of verwarrende informatie. “Het is goed dat faalkosten steeds meer aandacht krijgen in de branche, maar het is óók een kwestie van werkplezier. Mensen stoppen energie in hun werk en willen het goed doen. Frustratie aan het eind, als blijkt dat iets niet klopt, wil je zoveel mogelijk voorkomen.”
Inspecteur als politieagent? ‘We zijn er om de lat hoger te leggen, niet om af te rekenen'
Veel installateurs ervaren inspectiebedrijven als de ‘politie’ die komt vertellen wat er allemaal niet goed is. Sjoerd begrijpt dat sentiment, maar ziet ze liever als kennispartner: “Wij leggen uit waar het beter kan – niet alleen waar het fout gaat. Ons doel is een veiliger, beter functionerende installatie, en daar help je elkaar verder mee.” Een goede inspecteur wijst niet alleen op fouten, maar benoemt vooral verbeterkansen en biedt uitleg bij de norm. “We hanteren NEN 1010 en de fabrikant voorschriften als basis, maar altijd met een praktische blik. Het draait om het veiligheidsniveau dat de norm vraagt, niet om het blind afvinken van regels.”
Meer luisteren naar monteurs: innovaties ontstaan op de bouw
“De beste ideeën ontstaan vaak bij de mensen met hun poten in de klei.” Sjoerd pleit ervoor monteurs actiever te betrekken bij innovaties. “Wanneer heb je als leverancier voor het laatst bij een monteur op de bouwplaats meegekeken naar wat echt het verschil maakt? Een simpele aftekenmal kan hun werk al veel makkelijker maken, maar alleen door met ze in gesprek te blijven, kom je daarop.”
Volgens Sjoerd valt er op dit vlak nog meer winst te halen als ketenpartners daadwerkelijk investeren in onderling contact. “Stel als leverancier of groothandel eens aan drie monteurs de vraag: waar loop je tegenaan? Waar heb je echt behoefte aan? Daar komen bijna altijd direct toepasbare verbeteringen uit.”
“De beste ideeën ontstaan vaak bij de mensen met hun poten in de klei.”
Wie is verantwoordelijk? Fabrikant, leverancier of installateur?
Het spanningsveld tussen fabrikant voorschrift en norm komt vaak terug. Wat als de fabrikant iets anders voorschrijft dan ‘de norm’? “De norm is bedoeld als basis voor veiligheid. Maar als een fabrikant goed kan onderbouwen dat een bepaalde toepassing minstens zo veilig of zelfs veiliger is, zijn die voorschriften leidend, zolang je het minimale veiligheidsniveau uit de norm maar niet schendt,” legt Sjoerd uit.
De taak voor leveranciers en groothandels is dan ook om die informatie zo helder mogelijk over te brengen. “Zorg dat iedereen in de keten weet wat de fabrikant voorschrijft, wat kan én niet kan én in welke context. En wees laagdrempelig bereikbaar. Als iemand twijfelt, is een snelle uitleg vaak het verschil tussen faalkosten en werkplezier.”
Risico’s kennen, risico’s delen
De gevolgen van fouten zijn soms groot, zoals Sjoerd laat zien met een vers praktijkvoorbeeld: “Een verkeerd aangesloten aardleiding op een nul-aansluiting kan apparaten vernietigen, of erger. Inspecteurs zoeken daarom altijd gericht op plekken waar risico’s ontstaan die zwaarder wegen dan bijvoorbeeld een los warteltje. Het draait uiteindelijk om het beperken van de grote risico’s, want fouten zullen er altijd zijn, zolang we mensenwerk doen.”
Communicatie als sleutel tot ketensucces
De rode draad? Het draait allemaal om open, continue communicatie vóórdat het misgaat. “Kwaliteitssystemen, normen, goede productinformatie, opleidingen: ze werken alleen als de kennis landt bij degene die ermee werkt. We moeten als ketenpartners onderling scherp blijven – niet om elkaar af te rekenen, maar om elkaar naar een hoger plan te brengen. Dát is samenwerken.”
Dus, of je nu installateur, inspecteur of leverancier bent: zoek elkaar op, stel vragen en deel je kennis. Alleen zo houden we samen de sector veilig, efficiënt én plezierig.